
Geef kansarmen een tribune en hun leven komt tot leven. Ze hebben iets te vertellen, al beseffen ze dat vaak zélf niet. Hun ervaringen, emoties, geschiedenis is méér dan een persoonlijk verhaal. Hun vertelling opent een wereld die voor velen zo onbekend is...
De monoloog 'VROUWKE DATJE' is zo'n persoonlijk verhaal.
Haar naam: Belinda. In de verpauperde buurt vanwaar ze afkomstig is,
noemden ze haar 'Zotte Belle Snotte'. Zowat iedereen spotte met haar.
Ook op school was ze de verstotene, de pispaal, het zwarte schaap.
Haar jeugd was grijs en grauw, één brok ellende.
Tot op een dag ze een jongen leert kennen.
Een wat simpele, verlegen, brave en ziekelijke zoon
uit een al even eenvoudig en arm gezin.
Wie anders zou haar gewild hebben?
Ze trouwen.
En wanneer haar man dan zegt : 'nu zijt ge mijn vrouwke, Datje',
blijft hij haar voortaan altijd even teder, even lief 'Vrouwke Datje' noemen.
Ze krijgen een kind. Nu wordt ze ook 'Moeke Datje' genoemd.
Datje weeft een cocon rond haar en haar gezinnetje.
En in deze cocon schept ze levensmoed, wilskracht,
heeft ze de mooiste dromen en toekomstplannen.
In dit veilig warm nest is ze vrouw, moeder, echtgenote.
Maar er gebeurt iets heel ergs...
Haar wereld stort in. Ze drijft weg, terug naar af.
Vrouwke Datje wordt weer Zotte Belle Snotte.
Een verhaal met een gulle lach en even een traan wegpinken…. |
 |
|
Paul Coppens
schrijft en
regisseert |
Duur : 60 minuten
|
|
|